ruudmagazin.jpg (6349 bytes)

Uit: Ruud's Music Magazine November 2005

Hubín Bubín succesvol in Amerika
Polkamuziek is in de Verenigde Staten nog populairder dan in Oostenrijk

Van Alpenrock tot feestpolka en van Oberkrainer tot Tiroler, met de Hub'n Bub'n uit Maastricht is het altijd feest. En niet alleen in Nederland. In september is de groep een aantal dagen in Amerika geweest om enkele optredens te verzorgen. Een reis die je natuurlijk niet zomaar onderneemt. Na hun terugkomst bezocht ik de Hub'n Bub'n om te horen hoe zij hun Amerikaanse muziekavontuur beleefd hadden. Ik sprak met Daan Smit, They Vreuls en Frank Vreuls. Eťn ding is zeker: in Amerika weten ze nu wie de Hub'n Bub'n zijn. Ze zijn alweer uitgenodigd om terug te komen!

De eerste vraag die in mij opkomt is om te vragen of deze muziek in Amerika wel populair is. Is daar een markt voor?

Daan: "Toen we naar Oregon vertrokken, nabij Portland, hadden we natuurlijk een bepaald verwachtingspatroon. We wisten dat we een aantal optredens konden verzorgen tijdens festivals die helemaal in het teken van de "Polkamuziek" zouden staan. Dat is namelijk de term die men aan deze muziek geeft, polkamuziek. Onze verwachtingen zijn ruimschoots overtroffen, het was eigenlijk ongelooflijk wat we allemaal meegemaakt hebben. Als je naar Oostenrijk gaat, dan weet je dat je deze muziek kunt verwachten, dat mensen in Lederhosen rondlopen, in originele Trachtenkleding, noem maar op. Maar echt, dat is allemaal niets in vergelijking wat wij hebben meegemaakt. Je hebt daar zelfs winkels die alleen maar kleding verkopen die past bij polkamuziek. Er zijn dorpjes die volledig leven van activiteiten rondom polkamuziek en polkafestivals. Er zijn feesthallen die alleen maar gebruikt worden om dit soort festivals te organiseren. De ene nog mooier dan de andere".They: "Polkamuziek is in Amerika ťťn van de populairste vormen van muziek. Tex-mex valt ook onder polkamuziek. We zijn heel veel orkesten tegengekomen die nog het originele Oberkrainerrepertoire van Slavko Avsenik brengen".

Is daar een bepaalde verklaring voor? Ik bedoel, Slavko Avsenik komt uit SloveniŽ.....

Daan: "De roots van de polkamuziek liggen in SloveniŽ, Polen en Duitsland. Dat is waar, maar in de afgelopen tientallen jaren zijn er veel mensen vanuit deze landen naar Amerika geŽmigreerd en op die manier zijn een aantal stromingen van de polkamuziek ook in Amerika terechtgekomen. Net zoals dat andersom ook is gebeurd. Wij hebben meegedaan aan het 7th Annual Oktoberfest. Nota bene in september! Men heeft de naam echter overgenomen van de Duitse oktoberfeesten, zoals die bijvoorbeeld elk jaar in MŁnchen plaatsvinden. Wij hebben toevallig in september opgetreden, maar de Oktoberfeesten duren daar ongeveer 3 weken, dus tot aan het einde van de 1e week van oktober, en zo gezien is de naam "Oktoberfest" wel op zijn plaats".Frank: "We zaten aan de andere kant van de wereld en kwamen mensen tegen met wie we Duits konden spreken. Dat hadden we absoluut niet verwacht. We voelden ons dan ook enorm op ons gemak. Op een bepaald moment hoorden we iemand zeggen: "Jonges, geer sjpeelt toch zeker auch Sjeng aon de Geng!" Bleek dat een echtpaar uit Meerssen/Schimmert te zijn, dat jaren geleden naar Amerika was geŽmigreerd! Bijna alsof we thuis waren".

Hoe is de kwaliteit van de Amerikaanse orkesten?

Daan: "Zondermeer goed, maar anders dan in Europa. Dat is ook niet vreemd. Laat ik zo zeggen: country is een typisch Amerikaans product. In Europa maken we ook country, maar gemiddeld genomen lang niet zo goed als in Amerika. Uiteraard zijn er uitzonderingen, maar over de volledige breedte genomen is het wel zo. Met Oberkrainermuziek is dat ook zo, maar dan omgekeerd. Daarin zijn de Europeanen iets verder dan de Amerikanen. Maar: ook in Amerika zijn er natuurlijk uitschieters".Frank: "Over het algemeen is het zo dat de Amerikaanse polka-orkesten iets minder vooruitstrevend, iets minder modern zijn dan de Europese polka-orkesten. Alpenrock kent men er nog nauwelijks, terwijl wij het al jaren spelen. In Amerika hoor je wel nog typische Rheinlieder oftewel muziek die bij ons in de jaren zestig en zeventig door de zogaamde boerenblaaskapellen werd gespeeld. Af en toe schakelen de Amerikaanse orkesten over naar andere genres, zoals bijvoorbeeld muziek uit musicals, zoals The Sound of Music".Daan: "Zonder arrogant te willen klinken denk ik dat wij, als Hub'n Bub'n, de muziek wat flitsender brengen, met wat meer Schwung, in een iets moderner jasje. Natuurlijk is het zo dat men in Amerika ook Europese CD's heeft met Alpenrock en dit ook speelt, maar om het helemaal op de juiste manier te spelen, daar heeft men nog een aantal jaren voor nodig. Zoiets moet groeien. Bij de Hub'n Bub'n heeft dat ook een bepaald proces moeten doormaken".

Wordt de polkamuziek ook op de Amerikaanse radiozenders gedraaid?

They: "Men heeft ons verteld dat er honderden zenders bestaan die gespecialiseerd zijn in polkamuziek en die vaak zelfs 24 uur per dag uitsluitend polkamuziek draaien. Het kan dan wel zijn dat je een Tsjechisch uurtje hebt, een Pools uurtje enzovoorts, maar wel 24 uur polka's. Kortom, het leeft enorm. Kan ook niet anders, want anders zouden die programma's er simpelweg niet zijn".

Aan welke bezoekersaantallen moeten we denken, bij zo'n "Oktoberfest"?

Frank: "Het festival waar wij aan deelnamen kon rekenen op ongeveer 50.000 bezoekers per week. Dat is voor Europese begrippen al enorm veel, maar 250 km ten zuiden van waar wij gespeeld hebben wordt er een festival georganiseerd dat zelfs 350.000 gasten per week ontvangt. Dat zijn onvoorstelbare aantallen. Je moet dan denken aan een kleine stad waar drie enorme hallen staan die elk een andere naam hebben, bijvoorbeeld "Im Biergarten", "Im Weinkeller" of "Alpin". Die hallen zijn geen gewone hallen, maar gebouwd in Beierse stijl of Gotische stijl, met aan de binnenkant gigantische wandschilderingen. Die hallen zijn het eigendom van culturele verenigingen die het hele jaar door actief zijn en op die manier financiŽle middelen vergaren om deze cultuur, en de bijbehorende werkgelegenheid, in stand te houden. Volksdansen is er ook enorm populair. Eigenlijk is het voor ons, als Nederlanders, absoluut ondenkbaar, onbegrijpelijk wat daar allemaal gebeurt en mogelijk is". They: "De hele infrastructuur rondom die hallen is indrukwekkend. Je ziet daar genummerde vakken waar de bezoekers hun auto's en campers kunnen parkeren. We hebben enorme campers gezien. Sommige mensen rijden 1000 tot 2000 mijl om zo'n festival te kunnen bezoeken".

Hoe was de Amerikaanse gastvrijheid?

Daan: "Buitengewoon. We waren ondergebracht bij mensen van de organisatie en een hotel. Om de omgeving te verkennen had ik een auto gehuurd. Toen mijn gastheer dat ontdekte was hij een beetje boos. Hij zei: "Waarom huur jij een auto? Je kunt toch ook mijn auto gebruiken. Daar staat ie, hier zijn de sleutels". En datzelfde gold voor de woning. Hij zei letterlijk: "It's your house!"

Even terug naar Nederland. Jullie treden meer op buiten Limburg dan binnen Limburg. Is daar een verklaring voor te geven?

They: "We kunnen alleen maar zeggen dat we in de Duitse grensstreek, en zeer zeker in de Achterhoek, een fantastisch publiek hebben. Het is net alsof onze muziek daar beter wordt gewaardeerd dan in onze eigen provincie. Bij Radio Optimaal uit de Achterhoek zijn we zelfs, uit 40 bands, uitgeroepen tot de beste volkstŁmliche band. Een enorm compliment. Bij Radio TV Oost zendt men onze muziek uit op prime time. In het Zuiden van ons land is dat bijna ondenkbaar. In de Rijnhal te Arnhem hebben we opgetreden met Marc Pirchner en de Klostertaler, toch het neusje van de zalm op volkstŁmlich gebied. Kortom, we zitten in de Achterhoek, Twente, Friesland, Drenthe, maar minder vaak in Limburg. Wel hebben we live opgetreden bij de opening van het nieuwe gebouw van de Limburgse zender L1. Prachtig natuurlijk".

 

Jullie maken ook nog jaarlijks een tour naar Oostenrijk?

Frank: "We zijn dit jaar voor de 12e keer naar Ost-Tirol geweest. Het is bijna een thuiswedstrijd. Er zijn meerdere mensen, uit zowel Engeland, Duitsland als Nederland die hun vakantie afstemmen op onze Oostenrijk-Tour".

Hoe is het in zijn algemeenheid met de belangstelling voor de muziekstijl die jullie maken?

Daan: "Door de economische malaise zijn er de laatste twee jaar iets minder evenementen, maar echt veel last hebben we daar niet van. Er blijft sowieso altijd een vaste kern van liefhebbers voor deze muziek bestaan. Dat heb je met elke muziekstijl. Wel is het zo dat er bepaalde effecten kunnen optreden, zoals het 'Sjeng aon de Geng' effect. Door dat liedje is er in Nederland als het ware een Tiroler Welle ontstaan. Zo'n Welle zorgt ervoor dat er gedurende vier of vijf jaar een grotere behoefte is aan die specifieke muzieksoort. Daarna ebt dat weer weg. Ik verwacht dat bijvoorbeeld ook met die nieuwe hype: Global Kryner. Het is fantastisch hoe deze groep muziek maakt, maar uiteindelijk zal ook deze trend weer verdwijnen of marginaal worden want de echte liefhebbers kiezen dan toch voor de oorspronkelijke stijl, in dit geval de pure Oberkrainermuziek.
Laten we eerlijk zijn, net als met harmonie- of blaaskapellenmuziek is het met onze muziek ook zo dat je ervan moet houden. Als ik vandaag vijftien kon zijn, - kon dat maar -, dan zou ik mijn vrienden ook niet vertellen dat ik muziek maakte bij een harmonie. Je kunt daar nu eenmaal geen miljoenenpubliek mee bereiken.
Ik ben nu 62 en heb alle belangrijke muziekstromingen kunnen meemaken, vanaf the Shadows met Cliff Richard, the Beatles en the Rolling Stones. Vanaf 1958 heb ik in bandjes gespeeld, compleet met spijkerbroeken en brilcrŤme. Voor de iets oudere mensen waren wij 'bedorven jeugd' die 'ketelenmuziek' maakte. Eind jaren vijftig was er een omslagpunt. Je had enerzijds de traditionele, rustige en uiterst keurige dansorkestjes en anderzijds de nieuwe generatie met versterkte gitaren. Een revolutie! Bruno Majcherek speelde met zijn Regento Stars o.a. in Dancing Bus in Brunssum. Hij was helemaal top of the bill. Wij waren langharig tuig. Maar: de omslag was definitief ingezet. Bruno heeft toen nog net zijn enorme hit "Laila" gescoord, waarvan er miljoenen verkocht zijn. Was dat niet gebeurd, dan was hij bij wijze van spreken helemaal weggevaagd door het langharig tuig. Het danszalencircuit kreeg een enorme klap. Daarna kwamen the Beatles en the Stones. Ach, ik kan er uren over vertellen".

Daan, hoe zie jij de opkomst, het begin van de Limburgstalige muziek en de huidige ontwikkelingen binnen dit genre?

Daan: "Ik weet nog goed dat in 1988 L1, toen nog Omroep Zuid geheten, 24 uur per dag ging uitzenden. Daarvoor was natuurlijk muziek nodig. Muziek van eigen bodem en die was er slechts zeer beperkt. Een enorme kans voor Limburgse artiesten en studio's. We waren er met zijn allen trots op om Limburger te zijn, in onze eigen moederstaal te zingen, eigen studio's uit de grond te stampen, noem maar op. En inderdaad: er werden te gekke producties gemaakt. Ikzelf was nauw betrokken bij Marlstone, waarvan ik aandelen had. In 1995 heb ik die aandelen verkocht, omdat ik toen het idee had dat de Limburgstalige Welle over zijn hoogtepunt heen was. Kort daarna scoorde Frans Theunisz zijn gigahit met 'Sjeng aon de Geng', waarvan de backing nog is opgenomen in mijn eigen studio. Ik weet nog dat er aanvankelijk gedacht werd dat dat nummer helemaal niet zou aanslaan. Zou het Maastrichtse publiek die 'Pruusische' muziek wel accepteren? Het verhaal daarna kennen we allemaal. Sjeng aon de Geng werd een enorme hit en er kwam een Tiroler Welle, die vier tot vijf jaar heeft geduurd. Daarna was het over. Heel normaal, heel gebruikelijk, helemaal niet schokkend".

Heeft de Limburgstalige muziek nog toekomst?

Daan: "Moeilijke vraag. Het punt is niet dat de Limburgstalige muziek slecht is, helemaal niet, maar dat er geen gezonde financiŽle basis meer is om een Limburgstalig product te maken. Door het illegale kopiŽren is er nog maar zo weinig afzet dat een CD-productie eigenlijk niet meer zinvol is. Popmuziek op z'n Limburgs vind ik zeer goed. De groep Leff bijvoorbeeld. Die jongens leveren schitterend werk. Laten we hopen dat dit soort groepen er toch in slaagt om voldoende CD's te verkopen".

Hoe zit met de overlevingskansen van de polkamuziek?

Daan: "In Amerika hebben we veel orkesten leren kennen die eigen composities spelen. Een absolute grootheid uit Cleveland, de town of polka, is Lynn Mary. Men noemt haar ook wel de Queen of Polka. Haar vader speelde al accordeon en nu geeft zij haar eigen invulling aan de polkamuziek. Ze zoekt als het ware naar nieuwe wegen om de polkamuziek de 21e eeuw in te sleuren. En ik moet zeggen, ze doet dat op een geweldige manier. In haar muziek hoor je niet alleen de traditionele polkasound, maar ook country, een beetje tex-mex, noem maar op. Ze wil een tournee door Europa gaan maken. We hopen dat dat lukt.
Deze muziek zal in elk geval overleven, ongetwijfeld".

Hebben jullie nog iets heel geks meegemaakt in Amerika?

They: "We reden door Portland, een stad van ongeveer 500.000 inwoners. Terwijl we bij een stoplicht stonden te wachten zagen we een enorm digitaal billboard, met filmpjes. Wat denk je? Staat daar in hele grote letters: "Oktoberfest. On main stage: Hub'n Bub'n Holland". Dat was natuurlijk schitterend om te zien".

In 2001 is jullie laatste CD verschenen. Wanneer komt er een nieuwe?

Daan: "In 2007 zullen we ons 20-jarig jubileum vieren. Dat jubileum lijkt ons een mooie gelegenheid om een nieuwe CD te maken, maar eerlijk gezegd hebben we daarover nog niet echt nagedacht. Als we een CD maken dan wordt het een product met zowel de traditionele als moderne composities, met ook eigen nummers. Vooral dat laatste vinden we belangrijk.
Onze CD-verkoop vindt voor het overgrote deel plaats tijdens de optredens. Onze CD's mag je als tijdloos bestempelen. Daardoor kunnen we ook nu nog onze CD van 2001 verkopen".

Jullie timmeren nu dus al zo'n 18 jaar aan de weg. Wat is het geheim van jullie stabiliteit?

They: "Het leeftijdsverschil tussen het oudste en jongste lid is vrij behoorlijk. Dat zorgt ervoor dat frisse ideeŽn, enthousiasme, ervaring, doorzettingsvermogen en visie op prima wijze gemixt worden.
Daan: "Ja ja, ik mag dan wel veel ervaring hebben met mijn 62 levensjaren, maar als ik moest kiezen tussen 32 en wat minder ervaring, nou, dan wist ik het wel!"

Voor meer informatie over de Hubín Bubín kunt u contact opnemen met They Vreuls, tel/fax: 043 Ė 362 25 12 of e-mail: daansmit@hubnbubn.nl of via de website www.hubnbubn.nl

ruudmagazin.jpg (6349 bytes)

Ruud's Music Magazine * November 2005

nlflag.gif (4951 bytes)Terug